De BMI (ook de Queteltindex geheten, naar de Gentse professor Quetelet die 100 jaar geleden de basis legde van de statistiek)
vormt een eenvoudige methode om na te gaan of u te licht of te zwaar weegt in verhouding tot uw lichaamslengte. Alhoewel er in wetenschappelijke kringen enige kritiek bestaat op de BMI (omdat hij niets zegt over het vetpercentage), blijft het een handig instrument voor een eerste gewichtstest.
De BMI wordt gebruikt als afgeleide maat voor de vetmassa maar is minder goed bruikbaar bij kinderen, ouderen, zwangeren en mensen met zeer veel spiermassa.
BMI = het lichaamsgewicht (in kg) gedeeld door de lichaamslengte (in m) in het kwadraat.
Een voorbeeld voor een vrouw van 76 kg die 1,63 m groot is:
BMI = 76 kg
____________ = 28,6
1,63 x 1,63
onze BMI calculator :
•Onder de 18,5: ondergewicht.
•Tussen de 18,5 en de 24,9: normaal gewicht.
•Tussen de 25 en de 29,9: overgewicht. Je loopt niet echt een risico, maar je mag niet dikker worden.
•Tussen de 30 en de 39,9: Zwaarlijvigheid (obesitas). Verhoogde kans op allerlei aandoeningen zoals diabetes, hartaandoeningen en rugklachten. Je zou 5 tot 10 kg moeten vermageren.
•Boven de 40: ernstige zwaarlijvigheid. Je moet dringend vermageren want je gezondheid is in gevaar
De BMI-schaal is niet van toepassing op kinderen en jongeren (<20 jaar). Tijdens de groeifase verandert namelijk de hoeveelheid vetweefsel. Bovendien is de BMI bij kinderen geslachtsafhankelijk: meisjes hebben gemiddeld een iets hogere BMI dan jongens. Voor de interpretatie van de BMI van kinderen en jongeren van 2 tot 20 jaar maakt men gebruik van geslachtsspecifieke groeicurven.
Via de site van het Nederlands voedingscentrum kan je de Body Mass Index bij jongens berekenen.
Via de site van het Nederlands voedingscentrum kan je de Body Mass Index bij meisjes berekenen.
Op de website van de Vlaamse Wetenschappelijke Vereniging voor Jeugdgezondheidszorg (www.vwvj.be) vind je de meest recente groeicurven.